Veerle Beckers | Bread

1 - 28 March 2026
Kristof De Clercq gallery is pleased to announce Bread, the new solo exhibition by gallery artist Veerle Beckers (b. 1976 | lives and works in Ghent, Belgium). 
 
Opening reception
Sunday 1 March, 2 - 6 pm
in the presence of the artist
 
 

 
 
Text by David Peleman
 

‘It is not experience that counts for an artist, only inner experience counts.’

—   Cesare Pavese, This Business of Living

 

‘The impossibility in which we find ourselves of speaking the truth, even though we experience it, makes us speak as poets. (…) In the act of speaking, the individual does not transmit his knowledge, but shapes something in a poetic manner. He translates and invites others to do the same. The individual communicates as a craftsman, as someone who handles words like tools.’

— Jacques Rancière, The Ignorant Schoolmaster

 

Veerle Beckers does not eat bread, or only rarely. I should know, as her husband. While I spread my sandwiches in the morning, she eats porridge. Oatmeal porridge, from a small bowl with a wooden spoon. Yet she paints ‘for her daily bread,’ as the saying goes. She does not do this merely to earn her proverbial crust. Painting for one’s daily bread is a metaphor here that reaches further and digs deeper. Etymologically, the English word ‘bread’ can be traced back to the Old Germanic ‘brod,’ meaning ‘to brew’ or ‘to brood,’ while the Bible designates bread as a source of spiritual nourishment.

 

Veerle Beckers paints because she is one of those people in whom something is always brewing in her rich inner life. There is a great deal of spiritual nourishment that seeks a way out into the world through paint and canvas. Painting, in that sense, is a kind of digestive process. This spiritual nourishment springs from stimuli in everyday life that touch upon ingrained ideas, childhood memories and old patterns. When we are out together, Veerle has always seen and felt far more than I have, and what she experiences strikes more chords. What she takes in lingers longer or sinks deeper inside, where it continues to ferment and slowly rises like good bread. That last quality, that slowness, is crucial. Painting for one’s daily bread is (also) a quest for — or an ode to — patience, simplicity and silence. Only under those conditions can the inner life rise to the surface and find its way onto the canvas.

 

Just as bread was a staple food in the Middle Ages, so the Middle Ages form the staple for the paintings of Veerle Beckers. The Middle Ages here stand for a return to the essence of painting, a quest for maximum resonance with minimal means. A single painting shows a single image, not a mosaic of image fragments. That image is usually remarkably static, frozen in time like an artefact, prised loose from its original context. The figure or the theme only arrives on the canvas once the weeks of painstaking labour have been completed to apply the countless base layers of paint. In the thickness of these layers, a spatiality emerges that forms the context for a specific image that alights upon this painted landscape — and renders other images impossible. The colours are often akin to those we find in medieval churches and their murals. These colours shimmer through between the various layers on the canvas, ensuring that the image lies deeply enclosed within the painting. As if the painter hesitates to share her innermost stirrings with the world. The oeuvre of Veerle Beckers thus forms a language that comes from the gut, composed of forms, image fragments, layers of paint, spatters.

 

The ignorant schoolmaster, in painting too, does not place himself above the world in order to then brilliantly render it on canvas. He or she immerses themselves in it, undergoes the world with all the fortune and misfortune, highs and lows that come with it, and then brings those lived experiences back out through the canvas. So too Veerle Beckers. She is not a speaker and not a writer. Veerle Beckers is a painter. A painter-craftsman. She paints what she has to tell, searching and suggestive, with brush and canvas as her tools, to make paintings that stand in the world like small poems.

 

 

 

David Peleman

Ghent, 14 February 2026

 

 


 

 

Tekst van David Peleman

 

 

‘Niet de ervaring telt voor een kunstenaar, alleen de innerlijke ervaring telt.’

—   Cesare Pavese, Leven als ambacht

 

‘De onmogelijkheid waarin we ons bevinden om de waarheid uit te zeggen, ook al ervaren we ze, doet ons spreken als dichters. (…) In de daad van het spreken brengt het individu niet zijn weten over, maar vormt het iets op een dichterlijke wijze. Het vertaalt en nodigt anderen uit om hetzelfde te doen. Het individu communiceert als zijnde ambachtsman, als iemand die woorden als gereedschap hanteert.’

— Jacques Rancière, De Onwetende Meester

 

Veerle Beckers eet geen brood, of toch zelden. Ik kan het weten, als haar echtgenoot. Terwijl ik ‘s ochtends mijn boterhammen smeer eet zij pap. Havermoutpap, uit een klein kommetje met een houten lepel. Toch schildert ze ‘om den brode’ zoals dat heet. Ze doet dit niet zomaar om haar spreekwoordelijke boterham te verdienen. Schilderen om den brode is hier een metafoor die verder reikt en dieper graaft. Etymologisch gezien zou het Engelse ‘bread’ terug te leiden zijn naar het Oudgermaanse ‘brod’ wat ‘broeien’ betekent, terwijl de Bijbel brood als bron van geestelijke voeding aanwijst.

 

Veerle Beckers schildert omdat ze één van die mensen is bij wie er te allen tijde van alles broeit in haar rijke innerlijke leven. Er is veel geestelijke voeding die via verf en doek een uitweg zoekt naar de wereld. Schilderen is in die zin een soort verteringsproces. Die geestelijke voeding komt voort vanuit prikkels uit het alledaagse leven die raken aan ingesleten denkbeelden, jeugdherinneringen en oude patronen. Wanneer we samen op stap zijn, dan heeft Veerle altijd veel méér gezien en gevoeld dan ik en wat ze ervaart beroert meer snaren. Wat ze opvangt blijft langer hangen of gaat dieper naar binnen, waar het verder gist en langzaam rijst zoals goed brood. Dat laatste, die traagheid, is cruciaal. Schilderen om den brode is (ook) een zoektocht naar — of een ode aan — geduld, eenvoud en stilte. Enkel onder die omstandigheden kan het innerlijke leven naar het oppervlak komen om op het doek te belanden.

 

Zoals brood basisvoedsel was in de Middeleeuwen, zo vormen de Middeleeuwen het basisvoedsel voor de schilderijen van Veerle Beckers. Die Middeleeuwen staan voor een terugkeer naar de essentie van de schilderkunst, een zoektocht naar maximale beroering met minimale middelen. Eén schilderij toont één beeld en geen mozaïek van beeldfragmenten. Dat beeld is meestal bijzonder statisch, bevroren in de tijd als een artefact, losgeweekt uit zijn oorspronkelijke context. De figuur of het thema komen pas op het doek wanneer het wekenlange monnikenwerk volbracht is om de talloze basislagen verf aan te brengen. In de dikte van die lagen ontstaat een ruimtelijkheid die de context vormt voor een specifiek beeld dat in dat verflandschap neerstrijkt — en andere beelden onmogelijk maakt. De kleuren zijn vaak verwant aan de kleuren die we aantreffen in middeleeuwse kerken en hun muurschilderingen. Die kleuren schemeren door tussen de verschillende lagen op het doek en zorgen ervoor dat het beeld heel erg besloten ligt in het schilderij. Alsof de schilder aarzelt om haar zielenroerselen te delen met de wereld. Het oeuvre van Veerle Beckers vormt zo een taal die vanuit de onderbuik komt, gecomponeerd met vormen, beeldfragmenten, lagen verf, spatjes.

 

De onwetende meester, ook in de schilderkunst, stelt zich niet boven de wereld om deze vervolgens op briljante wijze op doek te zetten. Hij/zij dompelt er zich in onder, ondergaat de wereld met alle (on)geluk, hoogtes en laagtes die daarbij horen, en brengt die doorleefde ervaringen vervolgens terug naar buiten via het doek. Zo ook Veerle Beckers. Ze is geen spreker en geen schrijver. Veerle Beckers is schilder. Een ambachtelijke schilder. Ze schildert wat ze te vertellen heeft, speurend en suggestief, met penseel en doek als gereedschap om schilderijen te maken die als kleine gedichten in de wereld staan.

 

 

 

David Peleman

Gent, 14 februari 2026